Menu

Op vele plaatsen zie ik een flinke dosis gedrevenheid om juist ook in deze tijd van Corona maatregelen te laten zien dat geloof ertoe doet. Op tal van plaatsen en op allerlei manieren worden we opgeroepen om er juist nu te zijn voor anderen en te laten zien wat het geloof betekent. En ik waardeer dit. Op 6 april 2020 schreef ik dat de ‘leercurve van de meeste kerkenraden vrij stijl omhoog loopt’. We zijn ineens dingen gaan doen waar we anders eerst uren over zouden hebben gesproken. Er is meer beweging en minder ruis! We concentreren ons in de kerken op de hoofdzaken. En dat is goed. Maar daarover ben ik zowel positief als kritisch. Op een andere manier is de kerk misschien nog wel net zo op de organisatie gericht als vroeger.

In het Nederlands Dagblad van 18 april jl. legt Jos de Kock, hoogleraar Praktische Theologie en rector aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven, een accent op de denkkracht van de kerk. Met andere woorden: juist deze tijd vraagt dat doeners en denkers elkaar opzoeken en helpen om antwoord te geven op de oervraag van de christelijke kerk: waar zendt God ons uit (Johannes 20:22vv). Ik hoor een echo van deze vraag in de oproep van de Kock om te observeren en zorgvuldig te luisteren.

Met dit artikel lever ik een bijdrage aan het gesprek over het verbinden van de doeners en de denkers in de kerk. Ik begin met vijf reflecties op de kerk en ons functioneren. Dat doe ik aan de hand van vijf vragen. Ik eindig met een concrete handreiking. Eén opmerking vooraf t.a.v. de leesbaarheid. Ik gebruik afwisselend de woorden kerk, gemeente of gemeenschap. Daarmee bedoel ik hetzelfde: een groep mensen die met elkaar verbonden zijn in het evangelie van Jezus Christus en een vorm van samenleven hebben met elkaar.

1. Waar ligt mijn bewogenheid?

De ellende is ook in Nederland groot voor sommigen mensen. Vele tienduizenden hebben een geliefde moeten begraven. Duizenden zijn ernstig ziek geweest en vele daarvan hebben een zwaar en lang revalidatietraject in het vooruitzicht. Deze tijden zijn zwaar voor ouderen en mensen die lijden aan dementie. En dat geldt ook voor ernstig zieken voor wie de behandeling is uitgesteld, kinderen en jongeren in instellingen, medisch personeel, ondernemers, ZZP-ers, ouders die thuisonderwijs moeten combineren met thuiswerk, politici die hier leiding aan moeten geven, etc.  Dit is een buitengewone tijd voor ons allemaal.

Voor het overgrote deel van ons land is deze tijd (nog) geen rampzalige toestand. Het is wel lastig en ongemakkelijk. En we kunnen niet alles en sommigen dingen mogen niet. Maar we leven wel in een land waarin een grote mate van welvaart en rijkdom is. We mogen dankbaar zijn dat we een overheid hebben die middelen beschikbaar kan stellen voor ingrijpende steunpakketten voor het bedrijfsleven. Nog altijd behoort ons land tot de rijkste landen ter wereld. Daar is hard voor gewerkt, maar ten diepste is het genade van God waar we niet meer recht op hebben dan anderen.

Tot mijn schrik ontdekte ik in de eerste weken van onze intelligente lockdown dat mijn bewogenheid pas echt groeide voor inwoners in Italië, Iran en China toen wij binnen moesten blijven. En eerlijk gezegd, veel meer voor Italië dan voor Iran of China. Mijn bewogenheid had zeker ook iets van projectie in zich. En de situatie in ons land, is nog niet in de buurt gekomen van de schrijnende situatie in Idlib, Lesbos of de sloppenwijken in Indiase steden. Vanuit de psychologie weten we dat we ons veel makkelijker identificeren met mensen die dichtbij ons staan. Dat is nu niet anders. Dit is volgens mij wel anders dan de bewogenheid die Jezus liet zien, toen hij de mensen zag. Ik ben nog niet uitgeleerd…..

2. Waarom moeten wíj getróóst worden?

In deze tijd worden veel woorden van troost en hoop gebracht. Terecht! Op tal van plaatsen in de bijbel staan verwijzingen naar God, zijn nabijheid en dat we hem mogen aanroepen in angstige en onzekere tijden. Iedere verstoring van wat bekend en vertrouwd is maakt onrustig. Als mensen onderweg vormen we daar geen uitzondering op. Tegelijk moeten we elkaar ook de vraag durven stellen wat het van de vitaliteit en volwassenheid van de kerk als geheel zegt. Waarom hebben wíj het nodig om juist deze woorden te horen en naar elkaar uit te spreken? Wat zou Jezus tegen mij en jou zeggen als we samen met Hem naar huis zouden lopen, zoals de Emmaüsgangers destijds?

3. Waarom bestaan wij?

De essentie van leiderschap is het volle licht op de bestemming te plaatsen. Dat klinkt nogal abstract. Daarom leg ik eerst uit wat ik bedoel met bestemming. Als ik hierover met leiders in de kerk spreek, merk ik steeds weer dat dit begrip uitleg en zorgvuldig formuleren vraagt.

De bestemming is het antwoord op de vraag waarom je er bent. Met andere woorden en toegepast op de kerk is de vraag dan: Waarom bestaat de kerk? Of: Wat voegt de kerk toe aan de omgeving? Of nog weer anders: Wat is de functie van de kerk en niet zozeer het product, de dienst of het doel dat ze nastreeft. (zie voetnoot 1) En daarbij hebben sommige aspecten echt met elkaar te maken. Daarmee zijn ze nog niet hetzelfde.

Wat is de bestemming van een kapsalon? Wat is de functie van mijn kapper? Ik heb de afgelopen tijd veel kappers gehoord in het nieuws die zich zorgen maken over het voortbestaan van hun bedrijf. Logisch in deze tijd. Maar de kapper is er toch echt in de eerste plaats voor zijn klant. De waarde die de kapper toevoegt aan mijn leven, is dat hij ervoor zorgt dat mijn haar er verzorgd uitziet. De bestemming van de kapper is niet geld verdienen om zijn zaak te kunnen laten draaien. Geld verdienen is een middel. En het blijkt dat de toegevoegde waarde van de kapper nog steeds bestaat ook als hij niet mag knippen. Vele kappers verkochten hun producten aan de deur of maakten instructiefilmpjes over hoe een huisgenoot je haar kan knippen.

Voorbeeld 1

Wat is de bestemming dan van de gemeente? Voordat ik hier antwoord op geef, doe ik dat eerst door te benoemen wat volgens mij de bestemming van de kerk in ieder geval níet is.  De bestemming van een gemeenschap van gelovigen is niet een rustig leven dat vrij is van tegenslagen. De bestemming van de gemeente van Christus is ook niet dat we rust vinden in het feit dat we veilig zijn bij God. De bestemming is zelfs niet dat we (nu en straks) veilig bij God zijn. Evenmin is de bestemming van de kerk dat we fijne en inspirerende samenkomsten, erediensten, kringen, etc. organiseren, waarin we meer leren van God en zijn liefde voor ons. Dit zijn in zichzelf belangrijke en mooie dingen, maar niet hetzelfde als de bestemming. Je kunt hier uiteraard wel zeggen dat we deze dingen nodig kunnen hebben voor het daadwerkelijk bezig zijn met onze bestemming.

Het is mij in deze tijd – door met aandacht het Evangelie te lezen en herlezen – pas opgevallen hoe Jezus op eerste dag (!!) van zijn opstanding Pasen en Pinksteren in één adem noemt. Let op wat Jezus doet en zegt als Hij plotseling in hun midden staat (Johannes 20 : 20vv)

  • Zijn eerste woord was : ‘Ik wens jullie vrede!’
  • Zijn tweede woord was opnieuw: ‘Ik wens jullie vrede!’
  • Zijn derde woord was: ‘Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit.’
  • Zijn vierde woord: ‘Ontvang de heilige Geest.’
  • Zijn slotwoord was: ‘Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven: vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.’

Vrijwel direct nadat Hij deze vertwijfelde groep volgelingen tot twee keer toe vrede heeft gewenst, bereidt Hij ze al voor op hun taak in de wereld. En daarbij geeft Hij dan ook al zijn Geest. De bestaansreden van de gemeente ligt in het werk van Jezus en de bestemming van de gemeente ligt in de opdracht van Jezus om als priesters de wereld in te gaan. Hoe vertwijfeld we misschien ook zijn, de bestemming van de kerk ligt buiten onszelf. Ook nu!

4. Wie zijn wij?

Als ik je zou vragen wie wij als kerk zijn, wat is dan het eerste dat in je opkomt? Misschien is je antwoord dat je een eigentijdse gemeenschap van gelovigen bent. Of een warme gemeente. Of een kerk waar jij je thuis voelt omdat Schrift en belijdenis centraal staan. Of een kerk waar je het lastig vindt omdat ….. en dan volgt er iets wat je mist. Ik durf de stelling wel aan dat de kans klein is dat jouw antwoord de missie of visie van jouw kerk was. (Mocht dit wel zo zijn, laat het mij dan even weten. Dan heb ik een vervolgvraag voor je.)

Uit de enorme inzet van alle lokale kerken om in deze tijd ‘iets’ voor de zondagse viering te regelen, wordt duidelijk dat dit een belangrijk onderdeel is. In de film Overcomer (te zien op Netflix) vraagt Thomas Hill aan John Harrison: “John, als ik je zou vragen wie je bent, wat is dan de eerste gedachte die in je opkomt?“ Het korte gesprek dat volgt maakt pijnlijk duidelijk waar John aan lijdt.

Wie zijn wij als kerk, nu bijna alles wat we gewend waren te doen, niet mogelijk is? Wat blijft er nu nog over van ons als we niet bij elkaar kunnen komen voor onze vieringen en kringen, en wat al niet meer? Wat doen we nu nog wel, wat niet meer? Wat zijn we gaan doen? En wat zegt dit over wat wij belangrijk vinden en wat wij begrepen hebben van onze bestemming?  Of, met de vraag van Thomas Hill in het achterhoofd: Waar lijden wij aan? Is onze bestemming veranderd nu we geen kerkdiensten meer kunnen beleggen?

5. Wat geeft God ons te doen?

De essentie van leiderschap is om een helder zicht te geven op de bestemming. (Zie punt 3) Daar is veel meer over te zeggen. Ik beperk mij tot twee zaken die ik de bestemming van de leiders (zie voetnoot 2) noem: uitnodigen en condities creëren. Ze hebben uiteraard gevolgen voor de organisatie van de kerk – waarmee we vaak zo druk zijn – maar ze zijn niet hetzelfde.

Wat bedoel ik met uitnodigen? In de taal van de bijbel en onze kerkelijk jargon: Wat heb jij van God ontvangen dat wij kunnen gebruiken om de bestemming te realiseren? Het gaat hier niet over iets wat je goed kunt, – bijv. zingen, spreken of organiseren – maar eerst en vooral met wie of wat je bewogen bent. En gebruik wat je goed kunt (uiteindelijk hebben we dat ook ontvangen) om bezig te zijn waarover je bewogen bent.

Stel voor dat je nu denkt dat het een goed idee is om een gavenbank te creëren. Wat gebeurt er dan? Je nodigt de gemeente uit om antwoord te geven op een aantal vragen. Je hebt dan inzicht in de gaven die God aan de gemeente heeft gegeven. Je weet waar de bewogenheid ligt en wat mensen kunnen. Misschien kun je zelfs aanbod aan vraag verbinden. Is dit een goed voorbeeld van wat ik bedoel met uitnodigen en condities creëren? Nee, helaas niet. Mijn belangrijkste bezwaar tegen deze werkwijze is het risico dat het de gemeenteleden afhankelijk maakt van de gavenbank. Daarmee gaat onbedoeld veel aandacht naar de organisatie.

Voorbeeld 2

Het is onmogelijk om als individuele leden van zijn gemeente bewogen te zijn met alles waarover God bewogen is. Dat past eenvoudig weg niet in ons hart, hoofd en handen. Juist daarom is het zo belangrijk dat leiders de gemeente zo organiseren dat het mogelijk is dat ieder lid zijn of haar bijdrage – met wat God geeft in de hand- kan leveren aan het bereiken van de bestemming. Anders gezegd: leiders scheppen de voorwaarden die nodig zijn om te zorgen dat iedereen zijn of haar bijdrage kan leveren aan het werken aan de bestemming van de groep.

In het begin schreef ik dat de leercurve vrij stijl omhoog loopt. Veel van wat de kerk nu leert is samen te vatten onder de noemer: vorm. We moeten onze vormen aanpassen. En het is goed dat we dit doen. Sinds de maatregelen van de overheid van maart, is het echter een kleine groep die veel werk verzet. Dat is praktisch, maar niet verstandig.

Leer samen op de inhoud

Gebruik de vrijgekomen tijd voor schaamteloze bezinning en gebed. Ga rond een open bijbel met elkaar in gesprek en gebed. Doe dit als kerkenraad samen. Dank God voor alle technische mogelijkheden die er zijn en gebruik wat bij je past. Wacht niet tot alles weer normaal is.

Het pleidooi dat ik al jaren voer, is ook op deze tijd van toepassing. Het is nodig dat we ons in de kerken bezinnen op onze bestemming en hoe we daarmee bezig zijn. Ik noem dit de inhoud. Dat is altijd nodig, dus nu ook. Het grote voordeel is dat we nu hiervoor de tijd hebben. Laten we ons nu niet laten hinderen door wat nu niet kan, maar blijven zoeken naar mogelijkheden om in onze bestemming te leven en wandelen. Leer samen op inhoud. De vorm volgt wel.

Eind 2019 had ik onverwacht wat tijd over. Ik besloot te beginnen met iets dat ik in 2020 doen Ik schreef een project voor kerkenraad en gemeente dat ik “Van verlangen naar actie” heb genoemd. De opzet is eenvoudig: een dagelijks bijbelleesrooster, een wekelijkse opdracht en een wekelijks contactmoment met elkaar. En dat gedurende vijf weken. Samen zoek je wijsheid bij God en elkaar en richt je de aandacht op een onderwerp dat te groot is om het zomaar snel concreet te maken.

Een aantal kerken heeft hier inmiddels gebruik van gemaakt. Eind april is een gemeente hiermee begonnen. Ondanks beperkingen die er op dit moment nog altijd zijn, nemen zij de tijd voor bezinning, gebed en zelfs een online gemeentevergadering (hoe leuk is dat?) die ik mag voorbereiden en leiden.

Als je iets anders vindt om samen na te denken over hoe je doen en denken met elkaar kunt verbinden, prima. Als jullie deze tijd maar gebruiken voor reflectie, bezinning èn beweging vanuit het verlangen van God en de bestemming die de kerk heeft gekregen.

Meer informatie over het project “Van verlangen naar actie” vind je hier. Wil je een persoonlijk gesprek om eens door te spreken over dit project nu past (en hoe), aarzel dan niet contact op te nemen.


Voetnoot 1: Zie Wessel Ganzevoort in zijn Titus Brandsmalezing ‘Spiritualiteit in leiderschap’ (2003) als hij het heeft over een levende organisaties (pag. 26)

Voetnoot 2: Het begrip leider is van toepassing op iedere persoon die leiding geeft aan een aantal mensen. Ook als je jezelf meer als dienaar ziet van bijv. een kring of de gemeente omdat je ambtsdrager bent, ben je ook een leider met alle verantwoordelijkheden die daarbij horen.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Kerkenraden Steunpunt is

Klaas Quist

Teamleden van Kerkenraden Steunpunt